Meine Damen und Herren,

Een 2-tal malen heb ik mij de afgelopen weken verstout, om uw interpretatie van 'openbaar vervoer' te ondergaan. Beide malen bent u er in geslaagd mij dermate over de rooie te krijgen, dat ik mijzelve in de file wenste.

Den eersten male overkwam het mij en een viertal anderen, dat wij ons circa 5 minuten voor vertek van een uwer stalen rossen meldden bij de enige kaartjesverkoper, die station Maarssen rijk schijnt te zijn.

Hij was druk doende een ouder echtpaar aan een gigantische collectie dalkaarten en dagtochtjes aan te smeren. Op de achtergrond was een ander persoon druk doende bij een croissantje met een kopje koffie zijn blik op het ochtendblad te verruimen. Aangezien oudere echtparen voor het kopen van een enkeltje Utrecht al een dagtocht hebben, begrijpt u dat er die verder geen kaartjes zijn verkocht.

Uiteraard heeft de morrende rij toch plaats genomen in de inmiddels gearriveerde trein, wachtend op de dingen die zouden komen. Na enige tijd verscheen er een kaartjesknipper die het nodig vond om het door mij aangeschafte kaartje met een boete van fl 3,50 te verhogen. Ik zal er niet echt arm van worden, maar een dergelijke vernedering kan ik toch niet bepaald op prijs stellen. Hij probeerde mijn aanzwellend gemurmel te sussen met de stelling dat ik hem dan maar had moeten op komen zoeken. Waarop ik hem snedig wist te antwoorden dat men op mijn leeftijd er niet meer van gediend is zich als boeteling bij de knipkunstenaar te moeten melden, omdat het NS-personeel er de voorkeur aan geeft zich te laven aan een welverdiend ontbijt.

Vraag 1: Waarom heeft u uw kaartverkoop niet fatsoenlijk geregeld ?

 

Den tweeden male had ik mij, rekening houdend met kuddes bejaarden, ruim voor tijd voorzien van een biljet, dat mij boeteloos toegang tot uw treinen verschaft op de dag van aanschaf. Dusdanig ruim voor tijd zelfs dat ik, indachtig het ochtenblad van uw personeel, nog meende een krant aan te kunnen schaffen. Daartoe wierp ik fl 1,25 in een daartoe bestemde kast, die van vreugde dicht sloeg en niet van zins was verder noch een Volkskrant af te staan noch fl 1,25 te retourneren. Ook lichte sloopwerkzaamheden vermochten hem niet in de juiste stemming te brengen. Bij navraag bij de inmiddels tot in de wijde omtrek befaamde kaartjesverkoper, was diens verrassende repliek: 'Maar daar kan ik toch niets aan doen !'. Wij meenden dat dit zinnetje na W.O.II niet meer in zwang was gekomen, maar het blijkt bij overheidsdienaren nog een ongekende populariteit te bezitten.

Natuurlijk kan hij daar wat aan doen !!!. En anders zijn baas wel, of welke onbenul er ook de scepter zwaait over dat ongelukkige station hier te Maarssen. Als de NS ertoe overgaat uitgeslapen zakenlieden uit te nodigen hulle waar te slijten op haar stations, dan dient zij er tevens voor te zorgen dat de geinstalleerde kasten volwaardig functioneren en mochten zij in een enkele geval dienst weigeren dan dient de NS er vooreerst voor te zorgen dat het ten onrechte door de kast geinde bedrag aan de inmiddels kokende reiziger wordt geretourneerd, alvorens zij de kast-uitbater een schop onder diens hol verkoopt. In plaats van de inmiddels vrijwel gesmolten reiziger op te zadelen met een telefoon-nummer op de Bahama's alwaar men enige kans zou hebben iemand aan te treffen die na te zijn uitgelachen bereid is een bedragje van fl 1,25 over te maken naar het gironummer van de inmiddels geheel verdampte reiziger.

Vraag 2: Waarom zorgt u er godverdomme niet voor dat die klere-automaten op uw kut-stations goed werken ?

 

Als u prijs stelt op voortzetting van dit feuilleton, dan kunt u zich hierop abonneren door overmaking van fl 10,-- naar girorekening 2410010 t.n.v. M.Schulte.